Er was eens, diep verscholen in een golvend woud waar het groen in duizend tinten met elkaar fluisterde, een klein maar bijzonder wezen dat InkiePinkie heette. InkiePinkie was een vliegend sprookjesfiguur, niet groter dan een dennenappel, met doorschijnende vleugels die glansden alsof ze van ochtenddauw waren gemaakt. Wanneer hij door het bos zweefde, leek het alsof de lucht zelf even moest glimlachen.
Op een zachte middag, toen het zonlicht als gouden linten tussen de bladeren viel, vloog InkiePinkie laag over de bosgrond. Hij hield ervan om dicht bij het mos te blijven, want daar hoorde hij de verhalen van de aarde. Plotseling zag hij iets ongewoons tussen het groen: rechthoekige vormen, half bedekt door varens en klimop, alsof het bos ze voorzichtig had willen verbergen. Lees verder







