Inkiepinkie en de verloren Tarotkaarten Deel 2

Inkepinkie voelde haar nog vóór hij haar zag. De lucht in het woud werd zwaarder, alsof het groen zijn adem inhield. De boze fee kwam dichterbij, haar stappen onregelmatig, haar adem hortend van woede. Inkepinkie zweefde laag bij de grond, de tarotkaarten stevig tegen zijn borst gedrukt. Ze pulseerden zacht, als een levend hart, en hij wist: dit moment deed ertoe.

Plotseling brak ze door het struikgewas heen. Haar ogen schoten vuur, haar vleugels trilden donker en scherp.
“Geef ze terug,” gromde ze, haar stem rauw als schors die breekt. “Dat zijn míjn kaarten.”

Inkepinkie slikte. Hij was klein, en zij was groot. Oud. Machtig. Maar hij voelde ook iets nieuws in zichzelf: een rustige kracht. De kaarten fluisterden tegelijk, niet luid, maar duidelijk. Ze vroegen hem niet om te gehoorzamen, maar om te kiezen.

Met een snelle beweging draaide Inkepinkie zich om en vloog omhoog, net buiten haar bereik. De boze fee sloeg woest naar hem, haar vingers grepen niets dan lucht.
“Verstoppertje?” lachte ze schamper. “Je kunt je niet voor altijd verbergen.”

Maar Inkepinkie had nooit gezegd dat hij alleen zou vluchten.

Hij landde bij een oude boomstronk, zijn voeten stevig op het mos. Met gesloten ogen concentreerde hij zich. Zijn toverkracht was niet groot, niet spectaculair, maar ze was zuiver. Hij legde de tarotkaarten in een cirkel op de grond en fluisterde woorden die hij zelf niet kende, maar die vanzelf uit hem stroomden.

Een zachte gloed ontstond. Niet fel, niet dreigend. Eerder alsof de kaarten zich herinnerden wat ze werkelijk waren.

Toen hij zijn ogen opendeed, waren de kaarten verdwenen.

Niet weg — maar onzichtbaar.

De boze fee gilde van woede. Ze rende naar de plek waar Inkepinkie had gestaan en schraapte met haar nagels door het mos.
“Ik voel ze!” riep ze. “Ze zijn hier! Ik weet het!”

Ze stampte, ze rukte planten uit de grond, ze sloeg tegen bomen. Maar hoe harder ze zocht, hoe verder de kaarten zich leken terug te trekken. Want onzichtbaar betekende niet alleen ongezien, maar ook ongrijpbaar voor wie zocht vanuit woede.

Inkepinkie keek toe, zijn hart kloppend maar vastberaden. De kaarten verschenen weer voor hem alleen, zwevend in de lucht. Ze lieten hem beelden zien: wat er zou gebeuren als hij ze teruggaf. Meer woede. Meer duisternis. Meer angst in het woud.

Maar ze lieten hem ook iets anders zien. De boze fee zoals ze ooit was geweest. Niet boos, maar verdrietig. Niet wreed, maar alleen.

Inkepinkie voelde een steek van medelijden. Hij wist nu dat de kaarten haar niet slecht maakten, maar haar boosheid versterkten. Zonder begrip werden ze wapens. Met inzicht konden ze spiegels zijn.

“Je wilt ze terug,” zei Inkepinkie zacht, terwijl hij een stap naar voren zette. “Maar je bent vergeten waarom je ze ooit had.”

De boze fee draaide zich om, verrast door zijn kalme stem. Even was ze stil. Haar woede flakkerde, maar doofde niet helemaal.
“Ze horen bij mij,” zei ze hees. “Zonder hen ben ik niets.”

Inkepinkie schudde zijn hoofd. “Je bent méér dan je kaarten.”

De tarotkaarten gloeiden feller en trokken zich dieper terug in hun onzichtbaarheid, alsof ze besloten hadden nog even te wachten. Ze wilden niet terug zolang de boosheid regeerde.

De boze fee voelde het. Ze zakte langzaam door haar knieën, uitgeput, verward. Voor het eerst zocht ze niet razend, maar tastend. Niet buiten zichzelf, maar vanbinnen.

Inkepinkie bleef bij haar in de buurt, niet als vijand, maar als wachter. De kaarten bleven verborgen, veilig in hun onzichtbare kring, tot het moment zou komen dat ze weer gebruikt konden worden zoals ze bedoeld waren.

En zo bleef het woud die nacht stil en ademend.
Met een kleine sprookjesfiguur die had geleerd dat ware toverkracht niet zit in verbergen of bezitten, maar in begrijpen — en durven kiezen wat juist is. ✨

Lees ook Inkiepinkie en de verloren Tarotkaarten

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *