Inkiepinkie en de verloren Tarotkaarten

Er was eens, diep verscholen in een golvend woud waar het groen in duizend tinten met elkaar fluisterde, een klein maar bijzonder wezen dat InkiePinkie heette. InkiePinkie was een vliegend sprookjesfiguur, niet groter dan een dennenappel, met doorschijnende vleugels die glansden alsof ze van ochtenddauw waren gemaakt. Wanneer hij door het bos zweefde, leek het alsof de lucht zelf even moest glimlachen.

Op een zachte middag, toen het zonlicht als gouden linten tussen de bladeren viel, vloog InkiePinkie laag over de bosgrond. Hij hield ervan om dicht bij het mos te blijven, want daar hoorde hij de verhalen van de aarde. Plotseling zag hij iets ongewoons tussen het groen: rechthoekige vormen, half bedekt door varens en klimop, alsof het bos ze voorzichtig had willen verbergen.

Nieuwsgierig landde InkiePinkie. Met zijn kleine handen schoof hij het mos opzij en ontdekte een stapel kaarten. Ze voelden warm aan, alsof ze een eigen hartslag hadden. Op de kaarten stonden vreemde, oude afbeeldingen: manen, sterren, torens, kronen en figuren die tegelijk dreigend en troostend leken. InkiePinkie wist het meteen, zonder te weten hoe: dit waren tarotkaarten. En niet zomaar kaarten. Dit waren de tarotkaarten van de boze fee.

Die boze fee stond erom bekend dat zij haar macht uit deze kaarten haalde. Zonder hen voelde zij zich leeg, alsof haar schaduw losgeraakt was van haar voeten. Op datzelfde moment, ver weg in een donkerder deel van het woud, stormde zij razend door struiken en over wortels. Haar nagels klauwden door de lucht terwijl zij gromde en tierde.
“Waar zijn ze?” siste ze. “Ik had ze hier… nee, daar… of toch bij die oude eik?”

Ze liep elk pad af waar ze ooit had gelopen, keerde stenen om, schudde bomen en joeg dieren schrik aan. Hoe harder ze zocht, hoe bozer ze werd. Haar boosheid trok donkere wolken samen boven haar hoofd, en het bos kromp een beetje ineen bij elke stap die ze zette.

Ondertussen zat InkiePinkie op een omgevallen boomstam, de kaarten voorzichtig voor zich uitgespreid. Eén voor één draaide hij ze om. Hoewel hij nooit tarot had geleerd, begonnen de beelden tot hem te spreken. Niet met woorden, maar met gevoelens, beelden en zachte impulsen in zijn hart.

De eerste kaart liet hem zien dat niets zomaar gebeurt. De tweede fluisterde over keuzes en verantwoordelijkheid. Een derde toonde gevaar, maar ook wijsheid. InkiePinkie voelde hoe zijn begrip groeide, alsof de kaarten hem langzaam leerden kijken met een dieper oog.

Toen hoorde hij in de verte geluiden: woedend gemompel, takken die braken, een stem vol frustratie. InkiePinkie’s vleugels trilden. Hij wist wie dat was. De boze fee kwam dichterbij.

Zijn hart bonsde, maar de kaarten begonnen zacht te gloeien. Alsof ze zijn angst voelden, schoven ze bijna vanzelf in een nieuw patroon. InkiePinkie keek toe en begreep: de kaarten wilden hem niet bang maken, ze wilden hem begeleiden.

Ze lieten hem zien wat hij het beste kon doen. Niet vluchten in paniek. Niet vechten uit angst. Maar luisteren. Begrijpen. En kiezen wat juist was, niet alleen voor hemzelf, maar voor het hele woud.

InkiePinkie haalde diep adem, iets wat voor zo’n klein wezen best dapper was. Hij verzamelde de kaarten, niet om ze te verbergen, maar om ze te beschermen. Terwijl de boze fee steeds dichterbij kwam, voelde InkiePinkie zich vreemd genoeg rustiger worden.

Het bos hield zijn adem in.
En hoog boven het mos, met de tarotkaarten dicht tegen zich aan, vloog InkiePinkie langzaam omhoog, klaar om te doen wat de kaarten hem hadden geleerd — wat dat ook mocht zijn.

Lees ook Inkiepinkie en de verloren Tarotkaarten Deel 2

1 reactie(s)

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *